Categorie archief: reizen

de Camino(s)

Buen Camino!.
Buen Camino! Hoe vaak zal ik dat afgelopen maand gezegd hebben. Dikwijls.
Lang geleden was ik eens in Santiago de Compastello. Tijdens de eerste fietsreis met Jan. We waren niet op pelgrimstocht. We fietsten door Noord Spanje en kwamen daarbij in de zo bekende stad. Ik heb er op het plein gestaan. Ik heb de kathedraal bezocht en het versleten marmer aangeraakt. Maar pelgrim was ik niet.

Afgelopen maand fietsten we weer door Spanje. We fietsten een deel van de Ruta de la Plata; de Camino naar Santiago. Niet tot in Santiago; na Merida sloegen  we af naar het oosten, naar Zaragoza en vandaar ging het naar het noorden, de Pyreneeën over. Enkele keren sliepen we in huizen met wandel-pelgrims. We deelden het ontbijt met hen en hoorden hun verhalen. Mensen uit Canada, Amerika, Zwitserland, Duitsland en we spraken zelfs iemand uit Rusland. Het was leuk met hen. Vrolijk. We kwamen ook  fiets-pelgrims tegen, maar de ‘echten’ waren voor ons toch de wandelaars. Vooral aan het begin van de dag zagen we hen op verschillende van onze trajecten. Buen Camino!
Na de afslag naar het oosten zagen we minder pelgrims, maar er waren er nog steeds. En eenmaal in Frankrijk reden we opnieuw over een druk belopen Camino. Langs middeleeuwse kerken, die open waren voor bezoekers. Kerkjes met prachtige eeuwen-oude beelden van Jacobus, Maria, Christus en andere heiligen. Ik ben niet katholiek, maar het waren prettige plekken om even naar binnen te gaan.
Ik wist dat er een Camino loopt door Frankrijk, naar Saint Jean Pied de Port.
Ik wist dat er zelfs een Camino loopt van St. Jacobaparochie, via Leeuwarden naar het Zuiden. Ik wist van de Via de la Plata. Maar er zijn er zoveel meer; Camino Francés, Camino del Norte, Camino Primitivo, Camino Portugues , …
Maar, begon ik me steeds meer af te vragen, waarom is Santiago de Compastello zo’n belangrijk bedevaartsoord ? Waarom zijn er van overal in Europa routes naar deze stad ….?

Al sinds de negende eeuw wordt Santiago de Compastello door pelgrims bezocht. Santiago, Sint Jacobus. Het verhaal gaat dat de overblijfselen van deze apostel zich daar in de kathedraal  bevinden.  De apostel Jacobus was één van de vrienden van Jezus. Na de dood van Jezus werd hij uitgezonden naar het Iberisch schiereiland. Na zijn terugkeer in Jeruzalem werd hij door Herodus onthoofd.
Er zijn veel verhalen en legenden. Eén ervan is dat het lichaam van Jacobus per schip naar Spanje is vervoerd en daar is begraven. Het graf wordt later door een herder ontdekt. Een heldere ster wees hem de weg. Een bisschop verklaart het lichaam, als dat van Jacobus en laat een kerk bouwen op de vindplaats; de  ‘campus stellae’ , oftewel sterrenveld. De kerk groeit uit tot bedevaartsoord. Een bedevaart naar Santiago was een veiliger alternatief voor een bedevaart naar Jeruzalem en was vooral tussen de 11de en 13de eeuw erg populair.
Na de middeleeuwen werd de reis nog maar door weinig mensen gemaakt. De overblijfselen van Jacobus zijn zelfs een tijd kwijt geweest, maar zijn in de 19de eeuw weer gevonden en door de Paus als echt verklaard.
Pest, burgeroorlog en Franco hielden nog lange tijd de pelgrims tegen. Maar na de dood van Franco in 1975 en na plaatsing van Santiago op de Unesco lijst voor werelderfgoed is het aantal pelgrims weer explosief gestegen.
De beweegredenen van de huidige pelgrims zijn divers. Er zullen er denk ik weinig zijn voor wie het bezoeken van de overblijfselen van Jacobus het belangrijkste doel zijn. Maar lopen op een route die al eeuwen door zovelen is gelopen, kerken bezoeken die er al sinds de middeleeuwen staan, zal voor de meesten bijzonder zijn.
Ik was op een paar Camino’s, maar Santiago bezocht ik niet. Misschien moet ik er toch nog eens heen.

 

Advertenties

ook dit is Fryslân

Ook dit is Fryslân.
Ruimte, heel veel ruimte.
En licht…
Alleen het geluid van vogels en in de verte dat van de branding.
Verder niets.
En het is heerlijk.
Op het uitgestrekte strand slechts één koffietent in aanbouw.
Dat is genoeg.

 

 

De Hoop en Koppie Alleen

‘Koppie Alleen’ is de naam van een spierwit duin in het nationale park ‘De Hoop’. De naam klopt helemaal, want ik ben nooit eerder op een plek geweest die zo afgelegen is. De weg er naar toe is lang en onverhard. Eerst voert die langs geploegde akkers met in de verte hier en daar een boerderij. Maar na de bergrug is er alleen nog fijnbos.

Wij logeren er in een ‘rondavel’ aan de rivier bij de boerderij die in de tijd van de VOC is gestart door Pieter Lourens Cloete. Nu is het een vakantie-accomodatie. Cloete is een Nederlander, maar niemand begrijpt je wanneer je op onze manier over de Hoop spreekt. Hier spreekt men van The Whoeph (zoiets…) 
Langs de kust loopt de Whale-trail. We lopen die en tot onze verrassing zien we inderdaad enkele walvissen. Het is er prachtig. Stil, ruim en helder licht.

In de ‘Vlei’, het uitgestrekte gebied rond de boerderij leeft de Bontebok.

Diversiteit

De diversiteit aan dieren in dit immens grote land Zuid Afrika is enorm. Elke dag zijn er nieuwe te ontdekken. Nooit zag ik zo’n verscheidenheid aan vogels.
Maar er zijn ook de bekende dieren. En het is geweldig die in hun eigen omgeving te ontdekken. Om die dieren in een natuurlijke omgeving te beschermen zijn er Wildparken. Eén daarvan is Mountain Zebra National Park. Een uitgestrekt gebied waar naast de zebra ook dieren leven als hartebeest en springbok…
Een ander park is Addo Elephant Park. En ja, daar leven olifanten.
Wij waren gewend op de fiets te reizen. Hier in Zuid Afrika hebben we voor het eerst een auto gehuurd. Fietsen in een wildpark is verboden. Er leven namelijk  ook leeuwen. Met een tentje kamperen is in de parken wel goed mogelijk. De restcamps zijn midden in de wildparken, maar goed afgeschermd voor de grote dieren. Apen vinden wel hun weg om te komen schooien.

 

Drakensbergen

‘Drakensbergen’  is groot en ruig. En leeg. Er zou zomaar een draak kunnen wonen. Het is een berggebied in Kwazulu Natal, onder Johannesburg, langs de grens met Lesoto.



Op drie verschillende plaatsen kampeerden we; in Golden Gate, Royal Natal en Injisuthi. Nationale parken. Vooral het laatste park was niet eenvoudig om er te komen, maar zelden kampeerden we zo mooi, zo ruim. We hebben er prachtige wandelingen gemaakt. De diversiteit aan planten en vogels is er onvergelijkbaar.

de Processie

Onlangs vond in het Siciliaanse bergplaatsje Ragusa de jaarlijkse processie voor San Giorgio, de plaatselijke patroonheilige, plaats. Wij kennen San Giorgo als St. Joris en de draak. Het was toeval dat we die processie konden bijwonen.
Het was bijzonder.

Ragusa is gebouwd op twee heuvels; een oude en een nieuwe stad. Hoog boven het plein van het oude stadsdeel, Ragusa Ibla, ligt de Duomo, de kathedraal.
Op het plein speelt het muziekkorps in afwachting van de processie. Om half zeven precies gaat de kerkdeur open en daalt de pastoor met enkele koorknapen de trap af. Zittend op een steigerend paard boven de draak verschijnt het beeld van San Giorgio boven aan de trap. In vaart wordt het beeld, door sterke mannen de trap af gedragen. Luid hoera-geroep en muziek klinkt, zodra het beeld veilig op het plein is. Er volgt nog een zilveren schrijn. … een enorme knal, en weer, en weer. Vuurwerk.
Voor het muziekkorps uit worden het beeld en de schrijn door de hellende straten gevoerd. De handen en schouders nog steeds aan de baar. Soms tegenhoudend, soms duwend. Tot bij een pleintje. Mensen verdwijnen via een zijdeur in de daar liggende kerk. Wij volgen en zien dat het beeld van San Giorgio met grote vaart en vereende krachten de trappen van deze kerk opgedragen wordt. Weer gevolgd door de zilveren schrijn.
De pastoor neemt het woord, er wordt gebeden. Een zegening
en daar gaat het beeld de trappen weer af.
Deze krachtsinspanning toont een groot gevoel van verbondenheid.

De gebeurtenis doet me sterk denken aan de fresco/foto op de tentoonstelling van Craigi Horsfield; Een fotofragment van mannen die in verbondenheid en met krachtsinspanning een kruis dragen tijdens een processie in het Italiaanse plaatsje Nola.

We waren die avond toevallig in Racusa tijdens onze tocht door Sicilië. We waren moe en niet voorbereid op het maken van een fotoreportage. Maar met de telefoon heb ik geprobeerd toch iets van deze gebeurtenis vast te leggen. Als herinnering.

van olifant tot olifant

In het centrum van de oude Siciliaanse stad Catania, op het Piazza del Duomo, staat de magische olifantenfontein; de Fontana dell’Elefante. De olifant is bij de inwoners bekend als u Liotru. Hij is gemaakt van zwarte lavasteen en draagt een granieten obelisk.  De fontein dateert van 1736, maar de olifant is veel ouder en stamt uit de Romeinse tijd. De obelisk komt oorspronkelijk uit Egypte en toont gegraveerde  symbolen van Isis. Beiden, de olifant en de obelisk zijn gevonden aardbeving van 1693. De beeldhouwer Vaccarini maakte er een soort assemblage mee, op een witte sokkel vol beelden. Op de punt van de obelisk plaatste hij een kruis en andere christelijke symbolen om de stad tegen verder onheil te beschermen.

Over het waarom van een olifant op Sicilië zijn verschillende verhalen.
Toen de Arabieren Sicilië in 831 veroverden gaven zij de stad op hun kaarten al de naam ‘Stad van de Olifant’.
Vlak na de grote IJstijd zouden er kuddes dwergolifanten op de flanken van de Etna hebben gewoond. En er is de legende van tovenaar Eliodoro uit de 8ste eeuw, die zich in een olifant kon veranderen…

Nog altijd is de olifant het symbool van de stad, dat je zelfs terugvindt in het logo van de voetbalclub.

De fontein van de olifant vormde voor ons het begin én het eindpunt van een fietstocht over Sicilië.

Onbedoeld mooi

Heb je dat ook wel eens, dat je op stap bent en alledaagse dingen ziet die je ongewoon mooi vindt?
Maar waarom vind je het mooi?
Dat is niet altijd duidelijk. Is het de lichtval, of zijn het de kleuren?
Of combinaties van patronen en texturen … ?
‘Het kan zo in een moderne galerie’, is voor mij een terugkerende gedachte.
Maar met kunst heeft het niets te maken . Het is er. Toevallig.
Onbedoeld mooi.

abstract
abstract2
abstract9
abstract8

Waar vis is zijn meeuwen …

meeuwen1meeuwen2

In Essaouira, in de vissershaven, is het vlak voor het ondergaan van de zon  een vrolijke bedrijvigheid.  Het is er druk met vissers die hun boten in gereedheid brengen voor een nieuwe tocht.  Netten worden op de kade geïnspecteerd. En er wordt vis verkocht. Ook met het schoonmaken van de vis wordt geld verdiend. Overal vis, overal visafval. En daar zijn liefhebbers voor. Overal meeuwen, veel meeuwen,  die er graag een maaltje vis bijeen scharrelen. meeuwen5meeuwen4

Ooievaars in Marokko

ooievaars2ooievaars1ooievaars3Chellah, Rabat

In de Alde Feanen zag ik deze week twee ooievaars wandelen over het veld, zoekend naar net wakker geworden kikkertjes? Zijn dit overwinteraars, of zijn ze ons stiekem achterna gevlogen vanuit Marokko? Ik heb me er over verbaasd hoeveel ooievaars dáár wonen. Of zij daar permanent verblijven of dat ze in de zomer naar het noorden trekken weet ik niet. De eerste kolonie ooievaars zagen we in Marrakesh, met hun enorme nesten op de roze lemen muren van Paleis El Badii.  Later zagen we een grote kolonie in Chellah, een archeologische vindplaats bij Rabat. ‘Honderd’ stond er op een bordje te lezen. Hun wit en zwarte veren, hun oranje snavel en poten staken prachtig af tegen de intens blauwe lucht. En overal was hun geklepper te horen. Prachtige environment-music.

ooievaars4ooievaars5Paleis El Badii, Marakesh