Categorie archief: reizen

De Hoop en Koppie Alleen

‘Koppie Alleen’ is de naam van een spierwit duin in het nationale park ‘De Hoop’. De naam klopt helemaal, want ik ben nooit eerder op een plek geweest die zo afgelegen is. De weg er naar toe is lang en onverhard. Eerst voert die langs geploegde akkers met in de verte hier en daar een boerderij. Maar na de bergrug is er alleen nog fijnbos.

Wij logeren er in een ‘rondavel’ aan de rivier bij de boerderij die in de tijd van de VOC is gestart door Pieter Lourens Cloete. Nu is het een vakantie-accomodatie. Cloete is een Nederlander, maar niemand begrijpt je wanneer je op onze manier over de Hoop spreekt. Hier spreekt men van The Whoeph (zoiets…) 
Langs de kust loopt de Whale-trail. We lopen die en tot onze verrassing zien we inderdaad enkele walvissen. Het is er prachtig. Stil, ruim en helder licht.

In de ‘Vlei’, het uitgestrekte gebied rond de boerderij leeft de Bontebok.

Advertenties

Diversiteit

De diversiteit aan dieren in dit immens grote land Zuid Afrika is enorm. Elke dag zijn er nieuwe te ontdekken. Nooit zag ik zo’n verscheidenheid aan vogels.
Maar er zijn ook de bekende dieren. En het is geweldig die in hun eigen omgeving te ontdekken. Om die dieren in een natuurlijke omgeving te beschermen zijn er Wildparken. Eén daarvan is Mountain Zebra National Park. Een uitgestrekt gebied waar naast de zebra ook dieren leven als hartebeest en springbok…
Een ander park is Addo Elephant Park. En ja, daar leven olifanten.
Wij waren gewend op de fiets te reizen. Hier in Zuid Afrika hebben we voor het eerst een auto gehuurd. Fietsen in een wildpark is verboden. Er leven namelijk  ook leeuwen. Met een tentje kamperen is in de parken wel goed mogelijk. De restcamps zijn midden in de wildparken, maar goed afgeschermd voor de grote dieren. Apen vinden wel hun weg om te komen schooien.

 

Drakensbergen

‘Drakensbergen’  is groot en ruig. En leeg. Er zou zomaar een draak kunnen wonen. Het is een berggebied in Kwazulu Natal, onder Johannesburg, langs de grens met Lesoto.



Op drie verschillende plaatsen kampeerden we; in Golden Gate, Royal Natal en Injisuthi. Nationale parken. Vooral het laatste park was niet eenvoudig om er te komen, maar zelden kampeerden we zo mooi, zo ruim. We hebben er prachtige wandelingen gemaakt. De diversiteit aan planten en vogels is er onvergelijkbaar.

de Processie

Onlangs vond in het Siciliaanse bergplaatsje Ragusa de jaarlijkse processie voor San Giorgio, de plaatselijke patroonheilige, plaats. Wij kennen San Giorgo als St. Joris en de draak. Het was toeval dat we die processie konden bijwonen.
Het was bijzonder.

Ragusa is gebouwd op twee heuvels; een oude en een nieuwe stad. Hoog boven het plein van het oude stadsdeel, Ragusa Ibla, ligt de Duomo, de kathedraal.
Op het plein speelt het muziekkorps in afwachting van de processie. Om half zeven precies gaat de kerkdeur open en daalt de pastoor met enkele koorknapen de trap af. Zittend op een steigerend paard boven de draak verschijnt het beeld van San Giorgio boven aan de trap. In vaart wordt het beeld, door sterke mannen de trap af gedragen. Luid hoera-geroep en muziek klinkt, zodra het beeld veilig op het plein is. Er volgt nog een zilveren schrijn. … een enorme knal, en weer, en weer. Vuurwerk.
Voor het muziekkorps uit worden het beeld en de schrijn door de hellende straten gevoerd. De handen en schouders nog steeds aan de baar. Soms tegenhoudend, soms duwend. Tot bij een pleintje. Mensen verdwijnen via een zijdeur in de daar liggende kerk. Wij volgen en zien dat het beeld van San Giorgio met grote vaart en vereende krachten de trappen van deze kerk opgedragen wordt. Weer gevolgd door de zilveren schrijn.
De pastoor neemt het woord, er wordt gebeden. Een zegening
en daar gaat het beeld de trappen weer af.
Deze krachtsinspanning toont een groot gevoel van verbondenheid.

De gebeurtenis doet me sterk denken aan de fresco/foto op de tentoonstelling van Craigi Horsfield; Een fotofragment van mannen die in verbondenheid en met krachtsinspanning een kruis dragen tijdens een processie in het Italiaanse plaatsje Nola.

We waren die avond toevallig in Racusa tijdens onze tocht door Sicilië. We waren moe en niet voorbereid op het maken van een fotoreportage. Maar met de telefoon heb ik geprobeerd toch iets van deze gebeurtenis vast te leggen. Als herinnering.

van olifant tot olifant

In het centrum van de oude Siciliaanse stad Catania, op het Piazza del Duomo, staat de magische olifantenfontein; de Fontana dell’Elefante. De olifant is bij de inwoners bekend als u Liotru. Hij is gemaakt van zwarte lavasteen en draagt een granieten obelisk.  De fontein dateert van 1736, maar de olifant is veel ouder en stamt uit de Romeinse tijd. De obelisk komt oorspronkelijk uit Egypte en toont gegraveerde  symbolen van Isis. Beiden, de olifant en de obelisk zijn gevonden aardbeving van 1693. De beeldhouwer Vaccarini maakte er een soort assemblage mee, op een witte sokkel vol beelden. Op de punt van de obelisk plaatste hij een kruis en andere christelijke symbolen om de stad tegen verder onheil te beschermen.

Over het waarom van een olifant op Sicilië zijn verschillende verhalen.
Toen de Arabieren Sicilië in 831 veroverden gaven zij de stad op hun kaarten al de naam ‘Stad van de Olifant’.
Vlak na de grote IJstijd zouden er kuddes dwergolifanten op de flanken van de Etna hebben gewoond. En er is de legende van tovenaar Eliodoro uit de 8ste eeuw, die zich in een olifant kon veranderen…

Nog altijd is de olifant het symbool van de stad, dat je zelfs terugvindt in het logo van de voetbalclub.

De fontein van de olifant vormde voor ons het begin én het eindpunt van een fietstocht over Sicilië.

Onbedoeld mooi

Heb je dat ook wel eens, dat je op stap bent en alledaagse dingen ziet die je ongewoon mooi vindt?
Maar waarom vind je het mooi?
Dat is niet altijd duidelijk. Is het de lichtval, of zijn het de kleuren?
Of combinaties van patronen en texturen … ?
‘Het kan zo in een moderne galerie’, is voor mij een terugkerende gedachte.
Maar met kunst heeft het niets te maken . Het is er. Toevallig.
Onbedoeld mooi.

abstract
abstract2
abstract9
abstract8

Waar vis is zijn meeuwen …

meeuwen1meeuwen2

In Essaouira, in de vissershaven, is het vlak voor het ondergaan van de zon  een vrolijke bedrijvigheid.  Het is er druk met vissers die hun boten in gereedheid brengen voor een nieuwe tocht.  Netten worden op de kade geïnspecteerd. En er wordt vis verkocht. Ook met het schoonmaken van de vis wordt geld verdiend. Overal vis, overal visafval. En daar zijn liefhebbers voor. Overal meeuwen, veel meeuwen,  die er graag een maaltje vis bijeen scharrelen. meeuwen5meeuwen4

Ooievaars in Marokko

ooievaars2ooievaars1ooievaars3Chellah, Rabat

In de Alde Feanen zag ik deze week twee ooievaars wandelen over het veld, zoekend naar net wakker geworden kikkertjes? Zijn dit overwinteraars, of zijn ze ons stiekem achterna gevlogen vanuit Marokko? Ik heb me er over verbaasd hoeveel ooievaars dáár wonen. Of zij daar permanent verblijven of dat ze in de zomer naar het noorden trekken weet ik niet. De eerste kolonie ooievaars zagen we in Marrakesh, met hun enorme nesten op de roze lemen muren van Paleis El Badii.  Later zagen we een grote kolonie in Chellah, een archeologische vindplaats bij Rabat. ‘Honderd’ stond er op een bordje te lezen. Hun wit en zwarte veren, hun oranje snavel en poten staken prachtig af tegen de intens blauwe lucht. En overal was hun geklepper te horen. Prachtige environment-music.

ooievaars4ooievaars5Paleis El Badii, Marakesh

Huttentocht

img_2553
Kaiserschmarren, Rahmenschwammerl, Speckknödel, Spaetzle, Gnocchi en natuurlijk Nudel (niet te verwarren met de aziatische noodle). Dit zijn namen uit de oostenrijkse volkskeuken. Wij waren in Oostenrijk voor een huttentocht door de Karwendel, een ruige bergstreek ten noorden van Innsbruck. Huttentochten kennen er een lange traditie. De hutten waar we onderweg sliepen staan er al sinds het begin van de vorige eeuw. Natuurlijk zijn ze in de loop van de tijd aangepast. Er liggen zonnepanelen op het dak, er zijn rookmelders en de keukens zijn gemoderniseerd. Maar de houtgestookte tegelkachels staan er waarschijnlijk al vanaf het begin. De hutten liggen prachtig tussen bergketens. De wandelingen zijn pittig, maar als je er aankomt is er bier. En er wordt gekookt. We aten er gerechten zoals hierboven genoemd. Stevige kost. Bergsteigeressen.
De hutten zijn populair. Je bent er niet de enige gast. We ontdekten dat de hutten via bredere paden zelfs door mensen met (e-)mountainbike bezocht worden. Die dalen meestal na een late lunch weer af naar het dal.
Wandelaars maken meestal een meerdaagse tocht en overnachten in de hut om de volgende ochtend weer verder te trekken. Om zoveel mogelijk mensen te kunnen herbergen, bedacht men het MatrazzenLager. Een lange rij matrassen naast elkaar, soms twee lagen boven elkaar, waar je in je eigen lakenzak onder een deken van de hut kunt slapen. Mannen, vrouwen, kinderen, allemaal door elkaar. En zijn er heel veel gasten, dan schik je wat in. Een washandje is handig om je bij te kraan te kunnen wassen. Een beetje afzien. Maar daar staat veel tegenover. Wanneer je na een vroeg ontbijt naar buiten gaat ben je meteen in het betoverende berglandschap. Vroeg zonlicht op de toppen. Met wat geluk zie je gemzen. En dan op pad. Ook al is de hut vol, eenmaal op weg heb je alle ruimte.
Hieronder de Lamsenjochhutte, de Falkenhutte, het Karwendelhaus en het Haller Angerhaus.

dscf3098dscf3145dscf3181dscf3187dscf3178dscf3194froukedscf3236

Fietsreis van 40 dagen

Alweer een week slaap ik in hetzelfde bed. Hetzelfde bed als voor de komende nacht. Bijna blindelings vind ik de aardappelen en de yoghurt in de supermarkt. Rechtstreeks loop ik naar de kaasboer op de markt. Gesprekjes met de buren gaan als vanzelf.
Ik ben  weer thuis.
1We maakten een prachtige fietsreis, van Sevilla naar Maastricht. Veertig dagen lang, elke dag anders, met veel contrasten. In Spanje kampeerden we als er een camping was. Veel waren er niet op onze route.  Regelmatig verbleven we daarom in Hostals, herbergen waar het ’s ochtends, als wij ontbeten, al levendig was met mensen uit de buurt die er met een ‘café-con-leche’ de buurtnieuwtjes bespraken.  Aan het einde van de middag trof men er elkaar met een ‘cervezza’ aan de bar.  In een hostal wordt ook gekookt. Een driegangenmenu, eten wat de pot schaft, met een fles water of wijn. Gulle porties. Maar laat! Met knorrende maag moesten we soms tot na negen uur wachten.
’s Middags een warme maaltijd kan ook, we hebben het één keer geprobeerd.
’s Ochtends, uitgerust weer op de fiets,  niet wetend waar ik die dag kom, waar en wat ik zal eten, wie ik zal ontmoeten …  Alles is open. Op eigen kracht afstanden afleggen. De langzame verandering van landschap en cultuur. Een roadmovie. De inspanning van klimmen, het vrolijk vrije afdalen – de wind in m’n haar, de zon op m’n huid, of de regen,  de geuren… ’t is fysiek. Maar ook verwondering. Soms ergernis. Mijmeren. Alert zijn. Steeds weer nieuwe dingen zien.
En ontdekken dat het beeld dat ik ooit had nooit klopt met de werkelijkheid. Die is altijd rijker, diverser.
De reis is gemaakt, ik ben weer thuis.
Gelukkig heb ik foto’s als herinnering. Voor mij zijn die anders dan voor jou, die de reis niet hebt gemaakt. Toch deel ik er hier een paar.
 246202126
De reis: Sevilla, Ronda, Granada, Cuenca, Figueras, Ardèche, Lyon, Cluny, Dinant, Maastricht.