herfst op Schiermonnikoog


Schiermonnikoog is een leeg eiland; een dorpje en verder niets dan landschap. Een eiland van zee, strand en lucht. Een eiland van wijdsheid en ruimte. Er is zand, heel wit zand, maar er groeit ook van alles. En nu in de herfst zorgt dat voor prachtige kleuren. De groene en rode zeekraal, de oranje duindoorn…

In april was ik ook op het eiland. Bekijk ook    ‘Ook dit is Fryslân’

Advertenties

de Camino(s)

Buen Camino!.
Buen Camino! Hoe vaak zal ik dat afgelopen maand gezegd hebben. Dikwijls.
Lang geleden was ik eens in Santiago de Compastello. Tijdens de eerste fietsreis met Jan. We waren niet op pelgrimstocht. We fietsten door Noord Spanje en kwamen daarbij in de zo bekende stad. Ik heb er op het plein gestaan. Ik heb de kathedraal bezocht en het versleten marmer aangeraakt. Maar pelgrim was ik niet.

Afgelopen maand fietsten we weer door Spanje. We fietsten een deel van de Ruta de la Plata; de Camino naar Santiago. Niet tot in Santiago; na Merida sloegen  we af naar het oosten, naar Zaragoza en vandaar ging het naar het noorden, de Pyreneeën over. Enkele keren sliepen we in huizen met wandel-pelgrims. We deelden het ontbijt met hen en hoorden hun verhalen. Mensen uit Canada, Amerika, Zwitserland, Duitsland en we spraken zelfs iemand uit Rusland. Het was leuk met hen. Vrolijk. We kwamen ook  fiets-pelgrims tegen, maar de ‘echten’ waren voor ons toch de wandelaars. Vooral aan het begin van de dag zagen we hen op verschillende van onze trajecten. Buen Camino!
Na de afslag naar het oosten zagen we minder pelgrims, maar er waren er nog steeds. En eenmaal in Frankrijk reden we opnieuw over een druk belopen Camino. Langs middeleeuwse kerken, die open waren voor bezoekers. Kerkjes met prachtige eeuwen-oude beelden van Jacobus, Maria, Christus en andere heiligen. Ik ben niet katholiek, maar het waren prettige plekken om even naar binnen te gaan.
Ik wist dat er een Camino loopt door Frankrijk, naar Saint Jean Pied de Port.
Ik wist dat er zelfs een Camino loopt van St. Jacobaparochie, via Leeuwarden naar het Zuiden. Ik wist van de Via de la Plata. Maar er zijn er zoveel meer; Camino Francés, Camino del Norte, Camino Primitivo, Camino Portugues , …
Maar, begon ik me steeds meer af te vragen, waarom is Santiago de Compastello zo’n belangrijk bedevaartsoord ? Waarom zijn er van overal in Europa routes naar deze stad ….?

Al sinds de negende eeuw wordt Santiago de Compastello door pelgrims bezocht. Santiago, Sint Jacobus. Het verhaal gaat dat de overblijfselen van deze apostel zich daar in de kathedraal  bevinden.  De apostel Jacobus was één van de vrienden van Jezus. Na de dood van Jezus werd hij uitgezonden naar het Iberisch schiereiland. Na zijn terugkeer in Jeruzalem werd hij door Herodus onthoofd.
Er zijn veel verhalen en legenden. Eén ervan is dat het lichaam van Jacobus per schip naar Spanje is vervoerd en daar is begraven. Het graf wordt later door een herder ontdekt. Een heldere ster wees hem de weg. Een bisschop verklaart het lichaam, als dat van Jacobus en laat een kerk bouwen op de vindplaats; de  ‘campus stellae’ , oftewel sterrenveld. De kerk groeit uit tot bedevaartsoord. Een bedevaart naar Santiago was een veiliger alternatief voor een bedevaart naar Jeruzalem en was vooral tussen de 11de en 13de eeuw erg populair.
Na de middeleeuwen werd de reis nog maar door weinig mensen gemaakt. De overblijfselen van Jacobus zijn zelfs een tijd kwijt geweest, maar zijn in de 19de eeuw weer gevonden en door de Paus als echt verklaard.
Pest, burgeroorlog en Franco hielden nog lange tijd de pelgrims tegen. Maar na de dood van Franco in 1975 en na plaatsing van Santiago op de Unesco lijst voor werelderfgoed is het aantal pelgrims weer explosief gestegen.
De beweegredenen van de huidige pelgrims zijn divers. Er zullen er denk ik weinig zijn voor wie het bezoeken van de overblijfselen van Jacobus het belangrijkste doel zijn. Maar lopen op een route die al eeuwen door zovelen is gelopen, kerken bezoeken die er al sinds de middeleeuwen staan, zal voor de meesten bijzonder zijn.
Ik was op een paar Camino’s, maar Santiago bezocht ik niet. Misschien moet ik er toch nog eens heen.

 

ook dit is Fryslân

Ook dit is Fryslân.
Ruimte, heel veel ruimte.
En licht…
Alleen het geluid van vogels en in de verte dat van de branding.
Verder niets.
En het is heerlijk.
Op het uitgestrekte strand slechts één koffietent in aanbouw.
Dat is genoeg.

 

 

Zen en kunst met vaasjes

Genoeg hebben aan de plaats waar je woont, aan je geboorteplaats. Genoeg hebben aan een kamer als atelier in een huis met je zusters. Een schildersatelier waar je omringt bent met voorwerpen die je al heel lang kent. Met vaasjes en potjes die je rangschikt tot stilleven. Eindeloos schuiven, totdat het beeld klopt. En dan schilderen. Alles in zacht licht. En daarna opnieuw. Weer vaasjes rangschikken, net even anders, maar net zo precies. En weer schilderen. En opnieuw, en opnieuw… Verstild en tijdloos. Ik probeer me zo’n leven voor te stellen. Het is het leven van Giorgio Morandi (1890-1964), die leefde in de stad Bolonga en aan die stad genoeg had.

Als ik lang thuis ben, wordt ik onrustig. Dan komt het verlangen de wereld in te trekken en nieuwe dingen te ontdekken. En als dat nog op zich laat wachten, moet ik tenminste naar een stad die groter is dan die waar ik woon. Om er musea bezoeken, te kijken naar de meer grootse architectuur …
De nieuwsgierigheid van Morandi was anders van aard. Hij zocht in het eenvoudige, in dat wat hem omringde, naar nieuwe dingen  Hij zocht naar kleur, naar licht en hoe dat weer te geven in verf… Naar compositie en ruimte, en onderlinge verbondenheid.
Ik probeer het me voor te stellen; hoe denkt en kijkt iemand die ogenschijnlijk steeds het zelfde ziet…
Zelf zei Morandi: ‘De taak van de schilder is het wegnemen van de barrières, de conventionele beelden die tussen hem en de dingen in staan’.

Morandi werd een icoon. Maar wie heeft hem en zijn werk ontdekt? Wie maakte deze geïsoleerd levende man zo beroemd. Wie heeft zijn werk in de wereld gebracht… ?
Morandi verliet Bologna niet, maar zijn werk reist de wereld over. En nu is het te zien in Museum Belvédère in Heerenveen.

Museum Belvédère
Giorgio Morandi | Bologna – 24 februari t/m 10 juni 2018

 

dit is geen Penone


Toen ik over het veld in de richting van de boom liep, leek die wel in brons gegoten. Het kon zo een boom-sculptuur zijn van Guiseppe Penone.
Ik wist wel dat dàt heel onwaarschijnlijk was,  maar omdat ik nog maar kort geleden werk van hem gezien had dacht ik er aan. Dichterbij gekomen bleek het een echte boom. Het bleef mooi. Geveld, maar met vrolijk oprijzende takken in het lage zonlicht.

Guiseppe Penone in De Pont

Guiseppe Penone – ‘Palpebre’ (Oogleden) 1989-1991 houtskool op vilt en gips

Op Documenta13 in Kassel zag ik voor het eerst een bronzen boom van Penone; een boom die een steen draagt. De boom is aangekocht door Kassel en was dus afgelopen zomer weer te zien.
In de tuin en de hal van het Rijksmuseum was een mooie overzichtstentoonstelling waar meer bomen te zien waren in allerlei vormen.

‘Palpebre’ (Oogleden) is een werk dat ik niet meteen als van Penone had herkend.  Het is te zien in de jubileumtentoonstelling ‘Weerzien’ in De Pont in Tilburg. Het bestaat uit grote houtskooltekeningen op vilt, die ieder op zich een ooglid zijn. De tekening vormt een weergave van het aderpatroon dat je kunt zien aan de binnenkant van je ooglid. Meestal nemen we wat we met gesloten ogen zien, niet bewust waar. Maar probeer maar eens te kijken. Je zult verbaasd zijn wat je allemaal voor moois kunt zien aan de binnenkant van je ogen.
De ‘Oogleden’ zijn samengevoegd tot een groter geheel en daarop zijn kleine gipsafdrukken te zien van het gezicht van Penone. Het geheel van oogleden lijkt een op z’n kop hangend organisch gegroeid landschap.

Weerzien, 25 jaar De Pont: jubileumtentoonstelling t/m 18 februari 2018

De Hoop en Koppie Alleen

‘Koppie Alleen’ is de naam van een spierwit duin in het nationale park ‘De Hoop’. De naam klopt helemaal, want ik ben nooit eerder op een plek geweest die zo afgelegen is. De weg er naar toe is lang en onverhard. Eerst voert die langs geploegde akkers met in de verte hier en daar een boerderij. Maar na de bergrug is er alleen nog fijnbos.

Wij logeren er in een ‘rondavel’ aan de rivier bij de boerderij die in de tijd van de VOC is gestart door Pieter Lourens Cloete. Nu is het een vakantie-accomodatie. Cloete is een Nederlander, maar niemand begrijpt je wanneer je op onze manier over de Hoop spreekt. Hier spreekt men van The Whoeph (zoiets…) 
Langs de kust loopt de Whale-trail. We lopen die en tot onze verrassing zien we inderdaad enkele walvissen. Het is er prachtig. Stil, ruim en helder licht.

In de ‘Vlei’, het uitgestrekte gebied rond de boerderij leeft de Bontebok.

The Wild Coast

De vrouw op het strand loopt in een gelijkmatig tempo door als ze ons passeert. Een tas op haar hoofd. We hadden haar al zien lopen op weg naar het strand. Aan het einde van de baai klimt zij de berg op. Halverwege houdt ze even stil en kijkt. Daarna loopt ze door. Op de bergrug zien we een huisje. Zij verdwijnt uit het zicht.
Het strand is ruig, wat mistig. Verlaten. We zien alleen haar, verder is er niemand.

Koeien zijn er wel. Ze zijn prachtig. Zonder brand- of oormerk. Hun horens intact. Een kalfje. Zo rustig. Veel te eten is er niet. Maar ze zien er goed uit.

The Wild Coast is deel van de Oostkaap. Port St. Johns is de naam van het plaatsje waar we waren.

 

Diversiteit

De diversiteit aan dieren in dit immens grote land Zuid Afrika is enorm. Elke dag zijn er nieuwe te ontdekken. Nooit zag ik zo’n verscheidenheid aan vogels.
Maar er zijn ook de bekende dieren. En het is geweldig die in hun eigen omgeving te ontdekken. Om die dieren in een natuurlijke omgeving te beschermen zijn er Wildparken. Eén daarvan is Mountain Zebra National Park. Een uitgestrekt gebied waar naast de zebra ook dieren leven als hartebeest en springbok…
Een ander park is Addo Elephant Park. En ja, daar leven olifanten.
Wij waren gewend op de fiets te reizen. Hier in Zuid Afrika hebben we voor het eerst een auto gehuurd. Fietsen in een wildpark is verboden. Er leven namelijk  ook leeuwen. Met een tentje kamperen is in de parken wel goed mogelijk. De restcamps zijn midden in de wildparken, maar goed afgeschermd voor de grote dieren. Apen vinden wel hun weg om te komen schooien.

 

Drakensbergen

‘Drakensbergen’  is groot en ruig. En leeg. Er zou zomaar een draak kunnen wonen. Het is een berggebied in Kwazulu Natal, onder Johannesburg, langs de grens met Lesoto.



Op drie verschillende plaatsen kampeerden we; in Golden Gate, Royal Natal en Injisuthi. Nationale parken. Vooral het laatste park was niet eenvoudig om er te komen, maar zelden kampeerden we zo mooi, zo ruim. We hebben er prachtige wandelingen gemaakt. De diversiteit aan planten en vogels is er onvergelijkbaar.