de kikker en de astronaut in Salamanca

Salamanca is al eeuwen een belangrijke halte aan de Ruta de la Plata, de Zilverroute. Nu één van de camino’s naar Santiago de Compostela. Ook wij hielden er op onze fietstocht vanuit het zuiden een paar dagen halt. De stad ligt op een hoogte in een weids en leeg landschap.  Haar torens zijn al van ver te zien.

Salamanca is een levendige studentenstad met zo’n 35.000 studenten.  De universiteit is de oudste en belangrijkste van het land, gesticht in 1218.
Wanneer je echt Spaans wilt leren, kun je hier goed terecht.
Salamanca zit vol bijzondere verhalen. Beroemd is de kikker, de rana de la suerte. Een gelukskikker ergens verstopt op de gevel van de universiteit. Het verhaal gaat dat studenten alleen slagen voor hun examens als zij de kikker vinden. De kikker is het symbool van zonden die studenten op de universiteit moeten overwinnen. Kleine zonden zoals te veel bier drinken … De kikker is piepklein. Maar natuurlijk wordt hij door iedereen ontdekt. Ik ga je niet vertellen waar de kikker zich bevindt. Je zult zelf moeten zoeken als je er bent.

Maar waar is de astronaut?
Daarvoor moet je naar de twee naast elkaar gelegen kathedralen, Catredral Vieja gebouwd in de 12de eeuw en Catredral Nueva, waarvan de bouw startte in de 16de eeuw .
Hier op het rijk gedecoreerde portaal vind je de astronaut.
Een astronaut op een eeuwenoud gebouw? De verklaring is simpel. Oude gebouwen vragen in hun bestaan om restauratie. En ooit besloot men om bij iedere restauratie een hedendaags symbool toe te voegen. De astronaut is in 1992 door Miguel Romero aan het portaal toegevoegd.

Er zijn meer nieuwe beeldjes, waaronder een monstertje met een ijshoorntje in zijn hand. En dan is er nog de haas, vlak naast de deur. Dit figuurtje  wijkt af van kleur; het is donkerder, gladder. Dit komt omdat ieder die door het portaal de kathedraal in gaat, eerst een hand op de haas legt.

De kikker brengt geluk. De haas waarschijnlijk ook ….


.  

.  

 

 

Advertenties

kleine ode aan Jan van Schoonhoven


Wandelend langs kleine dorpen in de buurt van Lucca zag ik gevels van schuren, en huizen, met blokken schuin geplaatste stenen. Niet bedoeld als versiering, maar (denk ik) om de luchtcirculatie te beïnvloeden.
Dit deed mij meteen denken aan de reliëfs van Jan van Schoonhoven. Van Schoonhoven (Delft 1914–1994), behoorde als beeldend kunstenaar tot de Nul-beweging. Vanaf 1955 maakte hij monochrome witte reliëfs, dikwijls geïnspireerd door structuren in de architectuur. Zijn werk is heel herkenbaar. Niet lang geleden zag ik een werk in museum de Prinsenhof in Delft. In het tv-programma ‘het geheim van de meester’ werd dát werk nagemaakt. Ik houd van zijn werk. Het is gemaakt met zulke simpele materialen; karton, papiermaché en witte verf. Licht en schaduw doen de rest.

Het werk van van Schoonhoven is wereldwijd bekend. In ’67 won hij een prijs op de Biennale van Sao Paulo. Daarna volgden meer internationale tentoonstellingen. Of hij zelf reisde weet ik niet. Misschien heeft hij wel eens door de dorpen van Toscane gewandeld en heeft hij zich daar door de stenen luchtroosters laten inspireren.



Cherry picking op de Via Francigena

Cherry picking op de Via Francigena in Toscane. 😉

De Via Francigena, of de Frankenweg, is de eeuwenoude pelgrimsroute van Canterbury naar Rome, vergelijkbaar met de Camino de Santiago. De totale route is lang, veel te lang. Jan en ik liepen een stukje. Misschien wel het mooiste deel van de route. Van Lucca naar Siena in Toscane. Cherry picking dus. Als ons onderweg gevraagd werd ‘siete pellegrini ?’ dan wist ik niet zo goed wat te antwoorden.Ik ben geen echte pelgrim. Maar toch, het was best een eind lopen. Van Lucca naar Altopascio, naar San Miniato, Gambassi Terme, San Gimignano, Colle di Val d’Elsa, en van Monteriggioni naar Siena. Een mooi deel van Toscane.
De route is zeer goed bewegwijzerd en doet vermoeden dat er periodes in het jaar zijn dat het er druk is met wandelaars. Maar nu, begin maart, waren we de enigen. De herberg in Altopascio was nog maar net weer open en wij waren de eerste gasten van het jaar. Niet in het café dat er bij hoorde. ’s Ochtends toen wij ontbeten was het druk met mensen die even, staand aan de bar, een espresso dronken.
De weg en de streek hebben een zeer rijke geschiedenis en op borden is er over te lezen. Er zijn overblijfselen van hospitaals waar pelgrims verzorgd konden worden of op adem konden komen. Abdijen en kerken, dorpjes.
En dan zijn er de stadjes. Hoog gelegen, ommuurd met toegangspoorten. Smalle straten met hoge huizen. Muren die door de eeuwen heen steeds zijn opgelapt.
Het landschap is heuvelachtig. De route loopt soms langs de weg, maar meestal over onverharde wegen, de strade bianche (witte wegen), door het bos, langs olijfbomen of tussen wijngaarden door. Dikwijls over de heuvelrug met weids uitzicht. De wijnstokken waren nu nog kaal. Het is bijna niet voor te stellen dat die zelfde iele stokken over een half jaar trossen druiven dragen voor de zo heerlijke wijn. Als alle wijnstokken vol hangen zien de heuvels er anders uit. Nu was alles nog wat bruin, maar we kwamen bloeiende mimosa tegen en magnolia. Vroeg in het seizoen betekent koude avonden, maar we hadden het geluk van stralend weer overdag. 

zorgzame dieren (?)


In de NRC las ik het verhaal ‘we moeten meer leven als een beest’ van de Britse dierenarts (en advocaat) Charles Foster, die weken probeerde te leven als een dier; als vos, als das …, om gezonder te leven en om de dieren beter te leren begrijpen. De grens tussen mens en dier is volgens hem niet groot.
Ik zou hem dat ‘dierlijk’ leven niet graag na doen. Al ben ik wel graag buiten.
Mijn kennis van dieren is beperkt. Huisdieren heb ik niet. Er zijn vogels in de tuin en de katten van de buren zitten regelmatig op de schutting naar ons te kijken als we koffie drinken.
Maar onlangs op reis heb ik veel naar dieren gekeken. En dat vond ik boeiend.
Over gedrag van dieren kan ik mij verwonderen. Zo zag ik grote zorgzaamheid van dieren voor hun jongen. Kijk op de foto hoe teder de aap haar baby vast houdt. Hoe vader struisvogel zijn gezin van kleine kuikens trots beschermt. Hoe moeder-olifant haar kinderen voor gaat bij het oversteken van de weg …
Zulk gedrag is ons niet vreemd, wij herkennen het. Of denk ik het te herkennen? En de kans groot is dat ik dierlijk gedrag als menselijk gedrag interpreteer. Dat het mijn projectie is. Dat ik trots zie terwijl een dier misschien wel helemaal geen trots kent?  Nou ja. Mooi is het wel.

 

 

Vreemde vogels

De kluut, de lepelaar , de flamingo en zelfs de visarend zijn vogels die we herkenden. Maar er waren veel vogels die we hier nooit treffen.
We waren in ZuidAfrika, in het oostelijke deel en daar zagen we ze; al die vreemde vogels. We verwonderden ons over de diversiteit van de natuur. De bijeneter, de wevervogel, de hornbill, de ‘go-away-vogel’ ….
Natuurlijk, ook in Nederland zijn prachtige vogels. Als ik hier het roodborstje weer in de tuin zie, of de koolmeesjes, dan maakt me dat blij. En vorige week zag ik langs de Potmarge, het stadsriviertje vlak bij mijn huis, een ijsvogel.
Maar de veelheid en de diversiteit daar in het zuiden van Afrika fascineren.

herfst op Schiermonnikoog


Schiermonnikoog is een leeg eiland; een dorpje en verder niets dan landschap. Een eiland van zee, strand en lucht. Een eiland van wijdsheid en ruimte. Er is zand, heel wit zand, maar er groeit ook van alles. En nu in de herfst zorgt dat voor prachtige kleuren. De groene en rode zeekraal, de oranje duindoorn…

In april was ik ook op het eiland. Bekijk ook    ‘Ook dit is Fryslân’

de Camino(s)

Buen Camino!.
Buen Camino! Hoe vaak zal ik dat afgelopen maand gezegd hebben. Dikwijls.
Lang geleden was ik eens in Santiago de Compastello. Tijdens de eerste fietsreis met Jan. We waren niet op pelgrimstocht. We fietsten door Noord Spanje en kwamen daarbij in de zo bekende stad. Ik heb er op het plein gestaan. Ik heb de kathedraal bezocht en het versleten marmer aangeraakt. Maar pelgrim was ik niet.

Afgelopen maand fietsten we weer door Spanje. We fietsten een deel van de Ruta de la Plata; de Camino naar Santiago. Niet tot in Santiago; na Merida sloegen  we af naar het oosten, naar Zaragoza en vandaar ging het naar het noorden, de Pyreneeën over. Enkele keren sliepen we in huizen met wandel-pelgrims. We deelden het ontbijt met hen en hoorden hun verhalen. Mensen uit Canada, Amerika, Zwitserland, Duitsland en we spraken zelfs iemand uit Rusland. Het was leuk met hen. Vrolijk. We kwamen ook  fiets-pelgrims tegen, maar de ‘echten’ waren voor ons toch de wandelaars. Vooral aan het begin van de dag zagen we hen op verschillende van onze trajecten. Buen Camino!
Na de afslag naar het oosten zagen we minder pelgrims, maar er waren er nog steeds. En eenmaal in Frankrijk reden we opnieuw over een druk belopen Camino. Langs middeleeuwse kerken, die open waren voor bezoekers. Kerkjes met prachtige eeuwen-oude beelden van Jacobus, Maria, Christus en andere heiligen. Ik ben niet katholiek, maar het waren prettige plekken om even naar binnen te gaan.
Ik wist dat er een Camino loopt door Frankrijk, naar Saint Jean Pied de Port.
Ik wist dat er zelfs een Camino loopt van St. Jacobaparochie, via Leeuwarden naar het Zuiden. Ik wist van de Via de la Plata. Maar er zijn er zoveel meer; Camino Francés, Camino del Norte, Camino Primitivo, Camino Portugues , …
Maar, begon ik me steeds meer af te vragen, waarom is Santiago de Compastello zo’n belangrijk bedevaartsoord ? Waarom zijn er van overal in Europa routes naar deze stad ….?

Al sinds de negende eeuw wordt Santiago de Compastello door pelgrims bezocht. Santiago, Sint Jacobus. Het verhaal gaat dat de overblijfselen van deze apostel zich daar in de kathedraal  bevinden.  De apostel Jacobus was één van de vrienden van Jezus. Na de dood van Jezus werd hij uitgezonden naar het Iberisch schiereiland. Na zijn terugkeer in Jeruzalem werd hij door Herodus onthoofd.
Er zijn veel verhalen en legenden. Eén ervan is dat het lichaam van Jacobus per schip naar Spanje is vervoerd en daar is begraven. Het graf wordt later door een herder ontdekt. Een heldere ster wees hem de weg. Een bisschop verklaart het lichaam, als dat van Jacobus en laat een kerk bouwen op de vindplaats; de  ‘campus stellae’ , oftewel sterrenveld. De kerk groeit uit tot bedevaartsoord. Een bedevaart naar Santiago was een veiliger alternatief voor een bedevaart naar Jeruzalem en was vooral tussen de 11de en 13de eeuw erg populair.
Na de middeleeuwen werd de reis nog maar door weinig mensen gemaakt. De overblijfselen van Jacobus zijn zelfs een tijd kwijt geweest, maar zijn in de 19de eeuw weer gevonden en door de Paus als echt verklaard.
Pest, burgeroorlog en Franco hielden nog lange tijd de pelgrims tegen. Maar na de dood van Franco in 1975 en na plaatsing van Santiago op de Unesco lijst voor werelderfgoed is het aantal pelgrims weer explosief gestegen.
De beweegredenen van de huidige pelgrims zijn divers. Er zullen er denk ik weinig zijn voor wie het bezoeken van de overblijfselen van Jacobus het belangrijkste doel is. Maar lopen op een route die al eeuwen door zovelen is gelopen, kerken bezoeken die er al sinds de middeleeuwen staan, zal voor de meesten bijzonder zijn.
Ik was op een paar Camino’s, maar Santiago bezocht ik niet. Misschien moet ik er toch nog eens heen.

 

ook dit is Fryslân

Ook dit is Fryslân.
Ruimte, heel veel ruimte.
En licht…
Alleen het geluid van vogels en in de verte dat van de branding.
Verder niets.
En het is heerlijk.
Op het uitgestrekte strand slechts één koffietent in aanbouw.
Dat is genoeg.

 

 

Zen en kunst met vaasjes

Genoeg hebben aan de plaats waar je woont, aan je geboorteplaats. Genoeg hebben aan een kamer als atelier in een huis met je zusters. Een schildersatelier waar je omringt bent met voorwerpen die je al heel lang kent. Met vaasjes en potjes die je rangschikt tot stilleven. Eindeloos schuiven, totdat het beeld klopt. En dan schilderen. Alles in zacht licht. En daarna opnieuw. Weer vaasjes rangschikken, net even anders, maar net zo precies. En weer schilderen. En opnieuw, en opnieuw… Verstild en tijdloos. Ik probeer me zo’n leven voor te stellen. Het is het leven van Giorgio Morandi (1890-1964), die leefde in de stad Bolonga en aan die stad genoeg had.

Als ik lang thuis ben, wordt ik onrustig. Dan komt het verlangen de wereld in te trekken en nieuwe dingen te ontdekken. En als dat nog op zich laat wachten, moet ik tenminste naar een stad die groter is dan die waar ik woon. Om er musea bezoeken, te kijken naar de meer grootse architectuur …
De nieuwsgierigheid van Morandi was anders van aard. Hij zocht in het eenvoudige, in dat wat hem omringde, naar nieuwe dingen  Hij zocht naar kleur, naar licht en hoe dat weer te geven in verf… Naar compositie en ruimte, en onderlinge verbondenheid.
Ik probeer het me voor te stellen; hoe denkt en kijkt iemand die ogenschijnlijk steeds het zelfde ziet…
Zelf zei Morandi: ‘De taak van de schilder is het wegnemen van de barrières, de conventionele beelden die tussen hem en de dingen in staan’.

Morandi werd een icoon. Maar wie heeft hem en zijn werk ontdekt? Wie maakte deze geïsoleerd levende man zo beroemd. Wie heeft zijn werk in de wereld gebracht… ?
Morandi verliet Bologna niet, maar zijn werk reist de wereld over. En nu is het te zien in Museum Belvédère in Heerenveen.

Museum Belvédère
Giorgio Morandi | Bologna – 24 februari t/m 10 juni 2018

 

dit is geen Penone


Toen ik over het veld in de richting van de boom liep, leek die wel in brons gegoten. Het kon zo een boom-sculptuur zijn van Guiseppe Penone.
Ik wist wel dat dàt heel onwaarschijnlijk was,  maar omdat ik nog maar kort geleden werk van hem gezien had dacht ik er aan. Dichterbij gekomen bleek het een echte boom. Het bleef mooi. Geveld, maar met vrolijk oprijzende takken in het lage zonlicht.