Categorie archief: foto-tips

Herfstkleur

Vandaag regen en storm. En dan wil ik wel eens vergeten dat er ook  zonnige herfstdagen zijn. Dan is het fijn om naar buiten te gaan. Het is de tijd van de zachte tinten in de natuur. Maar tussen al die zachte tinten zie je felle kleuren. En als het zonlicht er op schijnt, straalt het. 

Advertenties

Herfst


Het is herfst. En wat is het mooi.  Ik was in De Alde Feanen, een drassig veengebied, waar de begroeiing de laatste jaren steeds ruiger wordt. Over gras- en houtsnipperpaden loop je er tussen rietkragen, petgaten, en bosjes met berken, wilgen. Elk jaargetijde heeft er z’n eigen sfeer. De takken zijn kaal, maar tussen de grassen is nog blad. Er groeien zwammen op dode boomstammen, of mos zoals op de boomstam die je hierboven ziet. 

Regendruppels en witbalans

In april 2012 plaatste ik onderstaand bericht.
Weer regent het veel en hard. Weer zijn er druppels op mijn raam. Daarom nogmaals dat berichtje.

Regen kletterde tegen de ruit van mijn werkruimte. De camera lag klaar om buiten te fotograferen, maar ik had er geen zin in met die regen naar buiten te gaan. Maar regen op een ruit is mooi, als je binnen blijft. Die regen heb ik gefotografeerd. Scherp stellen op de regendruppels, niet op de achtergrond.
Van een eerdere keer fotograferen was de witbalans blijven staan op lamplicht en dat gaf de foto een mooie blauwe tint. Daarna toch ook een andere instelling geprobeerd. En dat maakt verschil. Ook in RAW.

Zwart-wit en kleur




Na het bezichtigen van de tentoonstelling ‘Genesis’ van Sebastiao Segado in het Nederlands Fotomuseum te Rotterdam had ik zin om weer eens enkele foto’s te vergelijken als grijswaardenafbeelding en als kleurenfoto. De tentoonstelling ‘Genesis’ toont prachtige foto’s, perfect zwart-wit afgedrukt, van natuurgebieden.
In al die gebieden ben ik niet geweest, maar ik was wel in de Alpen; voor mij de meest ongerepte natuur. Dit zijn drie foto’s die ik van kleur om zette naar zwart-wit, geplaatst in een klein formaat op beeldscherm. Natuurlijk is dat anders dan de grote en perfecte afdrukken die gemaakt zijn van grootbeeld zwart-witfilm.
Ik heb ook nog niet kunnen besluiten welke van mijn foto’s ik mooier vind.

De tentoonstelling ‘Genesis‘ van Sebastiao Segado is t/m 22 oktober 2017 te zien in het Nederlands Fotomuseum.

Wat doen we met al onze foto’s

We maken meer en meer foto’s. Wie maakt er niet snel een fotootje met z’n smartphone van een leuke of bijzondere situatie. Het is zo gemakkelijk. Je hebt ‘em meestal bij je, dus waarom niet. Er even één op Instagram plaatsen. Er één posten op Face-book, of even appen naar het thuisfront.
Ook met de digitale camera is het gemakkelijk om meerdere opnames van een situatie te nemen. Soms niet eens met verschillende instellingen. Maar gewoon nog een klik. En het is gratis. Geen filmpjes, geen ontwikkelkosten. Dus wat let je.
Nu iedereen fotografeert, en veel fotografeert, is de functie van foto’s veranderd. Een foto op social media is een communicatiemiddel geworden om anderen even snel laten zien waar je bent, of wat je doet. Daarna is de foto niet altijd meer zo belangrijk.
Sommige foto’s hebben nog steeds de functie van herinnering. En je hebt natuurlijk ook nog steeds de met zorg gemaakte ‘kunst’-foto’s.
Wat doe je met al die foto’s? Je kunt ze niet allemaal bewaren.
Hoe voorkom je de puinzooi. Allemaal weggooien wil je ook niet.
Selecteren dus. Wat wil je bewaren, wat gooi je weg.
En, belangrijk, waar bewaar je.
Hoe vind je een foto weer terug?
Archiveren dus.

Selecteren doe je dikwijls intuïtief ; van een serie over het zelfde onderwerp kies je het beste beeld. Dat bewaar je, de rest gooi je weg. Soms kan dat nog best lastig zijn. Maar probeer streng te zijn, en niet toch allerlei opnamen van hetzelfde te bewaren. De selectie kun je opslaan in de Cloud; iCloud, Dropbox …
Je kunt ze plaatsen op een foto-CD of in een foto-bibliotheek op een externe harde schijf.
Maar hoe vind je je mooie foto’s terug, als je bijvoorbeeld een boek wilt gaan maken. Ordenen, dus goed archiveren is belangrijk.
Maak mapjes en codeer de namen ervan. Gebruik daarbij datum en plaats als ordeningsmiddelen. Metadata dus. Je kunt bij het ordenen onderwerpen toevoegen. Je maakt dus een mapstructuur. (bijvoorbeeld; V16-07 Spanje, zijn de foto’s van je vakantie in Spanje – juli 2016 … )
Dan is het alleen nog een kwestie van gedisciplineerd regelmatig je foto’s langslopen, weggooien en wat overblijft op de juiste plaats opbergen.
Een mooi voornemen voor 2017 ?

 

Bokeh

Boke is een Japans woord  dat ‘onscherpte’ betekent.  In de fotografie wordt het woord bokeh gebruikt, met een ‘h’ voor de juiste uitspraak; het is niet boké, maar bokè. Bokeh is het woord voor de onscherpe delen in een foto.
Bokeh gaat niet alleen over een wazige achtergrond, die ontstaat wanneer je fotografeert met een beperkte scherptediepte ( zie laag-vaag), maar gaat vooral over de kwaliteit van de onscherpte. Meestal over een achtergrond waarin kleuren en vormen mooi vaag in elkaar overlopen. Er wordt ook gesproken over een bokeh-effect, waarbij lichtpuntjes buiten het scherptegebied veranderen in zachte bollen.

bokeh1bokeh2 bokeh3
Hoe krijg je een bokeh-effect in je foto:
Je fotografeert met een zo groot mogelijk diafragma, zodat er weinig scherptediepte is. En je hebt lichtpuntjes nodig. Dat kan van alles zijn; kleine reflecties, lampjes … Ze mogen niet te groot zijn. En het is belangrijk dat ze buiten het scherpstelpunt vallen. Dus niet te dichtbij.  Proberen maar! Succes.

Plat kijken

Weer zo’n rare titel; plat kijken. Fotograferen eist een andere manier van kijken dan we normaal gewend zijn. Veel mensen doen dat automatisch, wanneer ze door de lens kijken, maar niet iedereen. Wij zijn niet zulke goede waarnemers. Uit alle informatie die tot ons komt selecteren we, onbewust, dát wat voor ons van belang is. Als we in gesprek zijn met iemand zien we die persoon. Wat er achter die persoon is, is minder belangrijk en zijn we ons dikwijls helemaal niet bewust. Zo selecteren we steeds in ons waarnemen. Het zou erg vermoeiend zijn, wanneer we ons van alles om ons heen bewust zouden zijn. Maar een camera heeft dat selecterende brein niet. De camera legt vast wat er in beeld komt. Ook alles rond het object dat onderwerp is van de foto. Fotograferen vraagt daarom om ‘plat’ te kijken, twee-dimensionaal. En wanneer je ‘twee-dimensionaal’ kijkt zul je merken dat het standpunt dat je inneemt bij het maken van je foto erg belangrijk is. Een stapje naar links, een stapje naar voren, een beetje door je knieën zakken … en je hebt een andere foto.  Een foto kan veel mooier worden wanneer je let op de hoogte van de horizon, de plaats van die lantaarnpaal, dat hek …
En als je je er eenmaal bewust van bent, dat je je manier van kijken bij het fotograferen moet aanpassen aan het platte vlak, dan gaat het uiteindelijk vanzelf en let je vooral op het beste standpunt.
En blijft die achtergrond storen, wat voor standpunt je ook inneemt, dan kun je kiezen voor een beperkte scherptediepte, zoals ik beschreef in ‘laag-vaag‘.platkijken3platkijken1In deze twee foto’s zie je het verschil. Welke foto vindt jij beter?
Net als ik de bovenste?

 

 

 

 

 

 

 

 

laag – vaag

Wat? Ja, laag – vaag!
Hét ezelsbruggetje voor het gebruik van een beperkte scherptediepte.
Voor de meesten staat de vakantieperiode weer voor de deur.
Dus nu maar eens een lesje fototechniek.
Je kent dat wel; je bent met vakantie en ziet iets moois, en wilt dat als herinnering vastleggen. Maar de achtergrond stoort. Een vage achtergrond kan de oplossing zijn. En die bereik je met een beperkte scherptediepte.
Bij een beperkte scherptediepte zullen delen in je foto vaag zijn. Meestal is dat de achtergrond. Maar dat hoeft niet. Die beperkte scherptediepte ontstaat wanneer je je lens instelt op een laag diafragma-getal. Je  kunt dat doen met een spiegelreflexcamera of een andere  in te stellen camera. Je zet de camera op de A(V)-stand, de ‘aperture voorkeur’ en daarna het diafragma op een zo laag mogelijk getal. Het F-getal is het diafragma-getal. Bij een laag diafragmagetal is de lensopening groot en de sluitertijd kort en dit zorgt voor beperkte scherptediepte. Stel scherp op het onderwerp dat je aandacht wilt geven en maak je foto. Je zult ontdekken dat verder van het scherpe gebied het beeld vaag is.
Een foto hoeft dus niet altijd geheel scherp te zijn. Het kan erg mooi zijn om iets te accentueren door een vage achtergrond. Misschien wil je die net uitgekomen bloem in je tuin fotograferen. Misschien wil je een portret maken van iemand maar wil je daarvoor niet de studio in. Een vage achtergrond kan dan prachtig werken. Dus onthoudt; laag – vaag.
Let er daarbij op dat er wel voldoende ruimte is voor die vage achtergrond. Als je een persoon wilt fotograferen, en je wilt een vage achtergrond, zorg dan dat er ruimte  achter die persoon is. Laat je iemand tegen een muur staan, dan valt die muur binnen het scherptegebied en is dus scherp in beeld.
En wil je alles scherp in beeld, bijvoorbeeld een landschap, gebruik dan een hoog diafragmagetal.

laag-vaag2laag-vaag1

Diafragma(de lensopening),  sluitertijd(de tijd dat de lens open is)  en  iso-waarde (de lichtgevoeligheid) bepalen met elkaar de hoeveelheid licht die op de sensor valt. Bij een groter diafragma wordt de sluitertijd korter en dit heeft invloed op de scherptediepte.  Hoe lager het diafragmagetal hoe kleiner de scherptediepte.

Naast het diafragma zijn er nog wat factoren van invloed op de scherptediepte.
Inzoomen op je onderwerp verkleint de scherptediepte evenals dicht op je onderwerp kruipen. Dus als een groot diafragma / laag diafragmagetal met jouw lens niet mogelijk is, dan kun je de scherptediepte beperken door van afstand sterk in te zoomen op je onderwerp of er zo dicht mogelijk op te kruipen. En je zult zien dat de achtergrond dan ook mooi onscherp wordt.